Ineens stond hij op.
'Ik ga naar bed'.
'Hoe laat moet je op?'
'Vroeg, want we moeten nog boodschappen doen.'
Het klonk alsof hij een gevoel van haast had en iets moest afhandelen zo snel als de winkels open gingen.
'Moet er iets vroeg gedaan worden, dan?'
'Afwasmiddel'
'Dat kan ook later'.
'En nog iets.'
Ik kon niets bedenken wat vroeg in de ochtend gedaan moest worden.
En zeker niet als het superglad is op de weg door aangevroren sneeuw op niet gestrooide wegen.
'Volgens mij is er niets wat vroeg gedaan moet worden. Het kan allemaal 's middags.'
'Oh, goed' antwoordde hij, alsof hij met z'n gedachten mijlenver weg was.
Met een rare draai liep hij naar de deur.
'Nou, gedag dan.'
Ik zei welterusten tegen een bijna gesloten deur.
.

0 reacties:
Een reactie posten